|
Verminderde Localisatie en Richtinghoren |
|
Willen we een juiste interactie kunnen aangaan met onze omgeving dan is het belangrijk om goed te kunnen bepalen waar een geluid vandaan komt. Deze "lokalisatie" wordt mogelijk gemaakt door het vermogen om te kunnen richtinghoren. Dit richtinghoren geeft naast deze lokalisatie ook de mogelijkheid om "selectief te kunnen luisteren". Richtinghoren wordt mogelijk gemaakt door een nauwkeurige samenwerking van onze twee oren. Zeer kleine verschillen in het geluid worden herkend door het linker en het rechter oor. Hierbij moeten we denken aan:
| • |
|
Sterkte ( luidheid ) |
| • |
|
Aankomsttijd |
| • |
|
Toonhoogte ( frequentie ) |
| • |
|
Fase ( signaal pieken en dalen ) |
Bovenstaande waarden worden met een bepaalde snelheid via zenuwbanen vervoerd naar onze hersenen. Het is hier waar kleine verschillen in deze sterkte, aankomsttijd, toonhoogte en fase worden waargenomen en vertaald naar een richting. Het vermogen om selectief te kunnen luisteren in een rumoerige situatie, wordt bepaald door dezelfde factoren zoals besproken in bovenstaand onderwerp "Slecht verstaan in lawaai". Het kunnen beschikken over een gunstige signaal-ruis verhouding is hiervoor essentieel.
|